Sopraan c"
Alt g'
Sylvestro Ganassi legt in zijn 1535 in Venetië verschenen boek 'La Fontegara' uit, hoe hij erin is geslaagd met speciale grepen de destijd gebruikelijke toonomvang van eenenhalf octaves aanzienlijk te vergroten.
Het is niet duidelijk of hij daarmee een toespeling maakte op een bijzonder fluittype. Slechts sommige bewaarde instrumenten uit dit tijdperk laten het qua constructie toe meer dan alleen enkele tonen met de 'Ganassi-vingerzetting' te spelen. Het meest bekende instrument is een altfluit in het Kunsthistorisch Museum Wenen. Reconstructies van dit instrument staan een betrekkelijk moeiteloos toonomvang van meer dan twee octaves toe.
Karakteristiek voor de bouwwijze van deze blokfluiten is de cilindrische boring met de uitspringende beker aan de voet. Ze hebben een krachtige, stevige klank die vooral in de hoogte helder en schitterend wordt.
Fluiten naar Ganassi lever ik in 466, 440 en 415, waarbij op aanvraag twee wisseldelen in naburige stemmingen mogelijk zijn.
Ze zijn tweedelig, op aanvraag ook verkrijgbaar met een brede ring van messing.![]()
Klankvoorbeelden:
LA DADA
Han Tol - blokfluit (sopraan 440 naar Ganassi, Europees buxus)
David Mings - dulciaan
Patrick Ayrton - cembalo
Patrick Ayrton- Cembalo
uit: "Italian Music for Virtuosi"
LA CAPRIOLA
Joachim Arndt - blokfluit (alt 415 naar Ganassi, Europees buxus)
Anne Sabin - cello
Claudia Schweitzer - cembalo
uit: "Dario Castello - Sonate"
Om naar de klankvoorbeelden te kunnen luisteren moet uw computer mp3 kunnen afspelen.
![]()
