Snelkeuze:

Oliën van blokfluiten

Regelmatig oliën is een van de belangrijkste maatregels voor uw hoogwaardig instrument. Op de ene kant gaat 't daarom het hout van het instrument voor de invloed van vocht en klimaatwisseling te bewaren. Op de andere kant brengt olie sommige vooral lichte houtsoorten pas tot een passend klank.

Welke fluiten hebben olie nodig?

Er is alleen een soort fluiten die absoluut geen olie nodig heeft: kunststof blokfluiten. Voor alle houten blokfluiten is oliën minstens voordelig, meestal absoluut noodzakelijk. Veel eenvoudige instrumenten voor school, meestal van esdoorn of peer vervaardigd, zijn vanaf bedrijf geïmpregneert met paraffine. Dat is een soort bescherming tegen vocht en maakt pas mogelijk dat het instrument kan klinken. Vroeger verklaarden bouwers dat deze instrumenten geen olie nodig hebben of helemaal geen olie mogen hebben. Paraffine biedt een zekere bescherming, maar de olie houdt deze instrumenten in betere staat en geeft ze een mooier klankbeeld.

Ambachtelijk vervaardige fluiten en algemeen instrumenten uit harde houtsoorten zoals bijvoorbeeld palissander, grenadil of Europees buxus zijn volgens de regels al van tevoren uitsluitend van olie voorzien en hebben olie ook verder nodig.

Welke olie is best?

Ik gebruik voor mijn fluiten zoals vele andere bouwers ook lijnolie voor het impregneren van het hout. Lijnolie biedt een optimale en langdurige bescherming, vooral omdat het na tijdsverloop hard wordt. Om juist deze reden beveel ik lijnolie niet voor het alledagse onderhoud van uw instrumenten aan. Afhankelijk van materiaal, behandeling van de oppervlakte en zelfs het actuele weer wordt lijnolie meer of minder gauw hard. Dat kan in periodes gebeuren die u niet kunt calculeren. Het resultaat is al te vaak een met olieresten dichtgeplakte boring of door olie verkleinerde vingergaten. In mijn werkplaats heb ik middelen en manieren een instrument weer schoon te maken - u hebt dat meestal niet.

Amandelolie - of beter: zoete amandelolie (prunus dulcis) - is aanzienlijk prettiger in gebruik. Het is onderhand te verkrijgen als blokfluitolie in de speciaalzaak of in drogisterijen die kruiden en olies verkopen. De bescherming is net zo goed als bij lijnolie, maar het wordt niet zo gauw hard en is daarom niet zo geniepig bij gebruik.

Zo genoemd olie voor houten blaasinstrumenten, dat vooral voor de 'klassieke' blaasinstrumenten is die van een omslachtig mechanisme zijn voorzien, is niet geschikt. Dat dient vooral tot oliën van het mechanisme; volgens de regel zijn dat mineraal olies die niet geschikt zijn voor het onderhoud van hout.

Hoe vaak moet ik mijn blokfluit oliën?

Een nieuwe blokfluit moet vooral in de eerste maanden vaaker van olie worden voorzien. Afhankelijk van het houtsoort beveelt zich een ritme van alle drie tot vier weken oliën aan. In ieder geval is het beter dikwijls maar weinig te oliën in plaats van het instrument zelden te laten 'verdrinken' in olie. Na verloop van drie tot zes maanden zal het voldoende zijn nog maar alle drie tot zes maanden te oliën, afhankelijk natuurlijk van materiaal en belasting. Goed is ook regelmatig naar het instrument te kijken. Als u opmerkt dat bijvoorbeeld de bovenste tap of het labium de houtkleur verliest en dof en grauw wordt, is het noodzakelijk te oliën. Constateerd u op de andere kant dat het hout bijna geen olie aanneemt, kunt u gerust de volgende beurt een beetje uitstellen.

Welke delen hebben olie nodig?

Een bekende bouwer heeft eens vereisd de kop van een blokfluit nooit te oliën. Dat was zo ongeveer  de grootste nonsens die ik ooit heb gehoord m.b.t. dit thema. Vooral voor de kop die bijzonder aan vocht is prijsgegeven is de bescherming met olie noodzakelijk. Ook het labium, een van de meest belastte delen van de fluit, de zijwanden van het labium en de bovenwand van het venster zullen met een penseel worden ingestreken. Alleen de blok mag geen olie hebben. Zijn taak is het ademvocht op te nemen, en dat kan alleen als hij niet vol olie zit. Algemeen geldt dat geen olie in de windkanaal mag komen. Dat zou voor de vorming van druppels en daarmee voor heesheid zorgen.

Alle delen van kop tot voet moet u oliën. Wees voorzichtig bij een instrument met kleppen: Deze mogen geen olie hebben dat geschikt is voor het hout, omdat dat hard wordt en de kleppen dan niet meer betrouwbaar werken.

Van de hoedanigheid van de oppervlakte hangt af of en instrument ook van buiten olie moet hebben. Is een instrument van buiten gelakt moet het van buiten geen olie hebben. In elk ander geval is dat beter: Op de ene kant blijft het instrument aanzienlijker, op de andere kant voorkomt het scheuren.

Hoe moet ik oliën?

Deze gereedschappen zijn behulpzaam: een oude fluitenwisser, een klein penseeltje, eventueel een fluitenstandaard om de fluiten achteraf daarop te plaatsen.

Het instrument moet droog zijn.

Sommige mensen slaan de blok uit de kop en oliën de gehele kop van onder tot boven. Algemeen adviseer ik dat uit meerdere redenen niet: Op de ene kant kunt er niet zeker van zijn dat de blok werkelijk weer precies op zijn plaats te zitten komt, op de andere kant worden op een met olie voorzien kernspleetdak druppels gevormd die voor lastige heesheid zorgen.

Met de fluitenwisser oliet men eerst de boring van ieder onderdeel, dan de buitenkant.

Let op bij de kop dat de stootrand van de kop niet doordrenkt wordt van olie. Een kleine druppel olie aan de stootrand maakt niets uit. Daarom kan het gunstig zijn een wisser met een plastic kapje te pakken.

Aan de kop worden ook het labium, de zijwanden en de bovenwand (tot een à twee millimeters voor  de uitgang van de kernspleet) ingestreken.

Plaats alle onderdelen vervolgens loodrecht.

Een uur later volgt een controle aan welke plekken de olie al is aangenomen. Vooral bij het labium en de tappen zal dat vaak het geval zijn. Deze plekken kunt u nog een keer ietsjes oliën.

Het instrument blijft het best de nacht door zo staan.

De volgende dag maakt u het instrument zorgvuldig met een lapje, eventueel een zachte borstel voor de boring en q-tips of pijpenwroeter voor de vingergaten vrij van olieresten. Vooral de vingergaten moeten schoongemaakt worden, om geen onaangename verrassingen met de stemming te beleven.

Daarna kunt u de fluit eigenlijk direct weer spelen. Soms klinkt een blokfluit naar het oliën iets dof of mat. De oorzaak daarvan is dat het labium bij het oliën iets naar binnen beweegt. Meestal is dat een half tot een uur later weer over. Dat moet men in zijn geheugen houden en het instrument niet kort voor een belangrijk evenement oliën.

Regelmatig zo onderhouden zal uw fluit u lang begeleiden.

 

 

 

naar boven