Sopraan c"
Alt g' of f'
Tenor c'
Deze instrumenten zijn vooral ontworpen voor de sololiteratuur uit de 17de eeuw, maar ze zijn ook geschikt voor de sololiteratuur uit de Italiaanse renaissance.
De vroeg-barokke blokfluiten zijn karakteristieke instrumenten voor de overgangsperiode van renaissance tot barok, en er zijn heel uiteenlopende instrumenten overgelevert. Mijn instrumenten zijn gebaseert op het door H. F. Kynsecker in Neurenberg gebouwde type, dat ik naar intensieve studies verder heb ontwikkeld en verfijnd. Ze bezitten een licht conische trapsgewijs aangelegde boring.
De vroeg-barokke blokfluiten hebben een toonomvang van meer dan twee octaves, die met grepen van de gewone barokke vingerzetting kunnen worden bereikt. Alleen bij sommige gesplitste grepen zijn er gwijzigde vingerzettingen nodig.
Ze zijn tweedelig en hebben een smalle ring uit messing.
De vroeg-barokke fluiten hebben een historisch-barokke vingerzetting en zijn leverbaar in de volgende stemmingen:Sopraan c: 466, 44ß of 415 Hz
Alt g' of f': 466, 440, 415 of 392 Hz
Tenor c'. 440 of 415 Hz
![]()
Klankvoorbeelden:
A. Falconieri (Naples 1586 – 1656) - Ciaccona l'eroica
A. Valente (Italia, fl 1570) - Gagliarda napoletana
LA CETRA D'PRFEO: Michel Keustermans, Laura Pok - Blockflöten (Frühbarock-Sopranflöten in 415 Hz, Pruimenhout) et al. .aus: "FOLIAS - Folies baroques "
Om naar de klankvoorbeelden te kunnen luisteren moet uw computer mp3 kunnen afspelen.
![]()
